In veel organisaties is werken met bestaand materiaal dagelijkse kost. Documentatie wordt hergebruikt en herschreven, teksten worden geredigeerd, datasets geordend of verrijkt en online content bijgewerkt of opnieuw gestructureerd.
Dat roept een praktische en allesbehalve theoretische vraag op: wanneer kwalificeert zo’n bewerking als een nieuw auteursrechtelijk beschermd werk?
Het antwoord is direct relevant voor de praktijk. Het bepaalt wie toestemming moet vragen (en aan wie), of en in hoeverre een bestaande licentie de bewerking dekt, wie aanspraak kan maken op rechten op de aangepaste versie en welke risico’s ontstaan bij hergebruik door derden.
Recent heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie die grens opnieuw afgebakend. In de zaak Institutul G. Călinescu verduidelijkt het Hof wanneer bewerkingen de drempel van oorspronkelijkheid halen en daarmee zélf als beschermd werk kunnen gelden.[1]
In dit blog bespreken we de uitspraak en wat die concreet betekent voor de praktijk.
In de zaak Institutul G. Călinescu stond een geschil centraal tussen twee Roemeense instellingen en de erfgenamen van een auteur over de bescherming van een zogenoemde kritische editie van een oud werk dat inmiddels tot het publieke domein behoort. Die editie was bedoeld om een Latijns manuscript te reconstrueren en bevatte onder meer keuzes over de tekstversie, formulering en structuur, evenals correcties en aanvullingen.
De erfgenamen stelden dat deze bewerking auteursrechtelijk beschermd was, terwijl de instellingen dat betwistten en aanvoerden dat het vooral om een technische reconstructie ging zonder creatieve inbreng.
De nationale rechter twijfelde of een dergelijke kritische publicatie als auteursrechtelijk beschermd “werk” kan worden aangemerkt en legde de vraag voor aan het Hof van Justitie.
Kort gezegd draaide de zaak dus om de vraag of en wanneer een bewerking van een bestaand werk uit het publieke domein genoeg eigen vrije creatieve keuzes bevat om auteursrechtelijke bescherming te krijgen.
Voordat wordt ingegaan op de vraag wanneer sprake is van auteursrechtelijke bescherming, is het van belang stil te staan bij het publieke domein. Werken behoren tot het publieke domein wanneer zij niet (meer) door het auteursrecht worden beschermd, bijvoorbeeld omdat de maker meer dan 70 jaar geleden is overleden. In dat geval vervalt het auteursrecht en staat het werk in beginsel vrij ter beschikking van het publiek: het mag zonder toestemming worden gebruikt, bewerkt en verspreid.
Dat betekent echter niet dat elke vorm van hergebruik automatisch vrij blijft. Juist bij bewerkingen kan opnieuw auteursrecht ontstaan, wanneer daarin voldoende creatieve keuzes worden gemaakt.
NB: Dit moet worden onderscheiden van open source materiaal, dat doorgaans nog auteursrechtelijk beschermd is maar onder licentie wordt gedeeld.
Het Hof grijpt terug op zijn vaste rechtspraak: er is alleen sprake van een auteursrechtelijk beschermd werk als het gaat om een “eigen intellectuele schepping” van de auteur. Dat betekent kort gezegd dat de maker eigen vrije en creatieve keuzes moet hebben gemaakt die zichtbaar zijn in het resultaat, ook wanneer het werk is gebaseerd op bestaand materiaal.
In het arrest maakt het Hof duidelijk dat een bewerking kan leiden tot een nieuw auteursrechtelijk beschermd werk op een werk uit het publieke domein, maar alleen voor zover daarin creatieve en vrije keuzes zijn gemaakt. Een simpele correctie van spelfouten of het uniform maken van een document levert in beginsel geen auteursrecht op. Dat zijn handelingen waarbij weinig tot geen creatieve vrijheid bestaat. Hetzelfde geldt voor aanpassingen die volledig voortkomen uit technische of functionele eisen, zoals het omzetten van een tekst naar een bepaald format.
Anders wordt het wanneer iemand actief keuzes maakt in de inhoud en structuur. Denk aan het herschrijven van passages, het toevoegen van toelichtingen, het selecteren van bepaalde onderdelen of het op een specifieke manier ordenen van informatie. In zulke gevallen kan er wel degelijk sprake zijn van een vrije en creatieve keuzes.
Voor de praktijk is dit een bekend criterium, maar de toepassing ervan is vaak lastig. Zeker bij bewerkingen is het niet altijd duidelijk waar de grens ligt tussen een technische aanpassing en een creatieve bijdrage.
Pas wanneer sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk, komt de vervolgvraag aan de orde of gebruik daarvan zonder toestemming mogelijk is. Het auteursrecht kent namelijk beperkingen, zoals voor citaat, onderwijs en parodie. Die uitzonderingen kunnen in specifieke gevallen ruimte bieden voor gebruik, maar doen niets af aan de vraag óf de bewerking zelf beschermd is.
In de praktijk vraagt dit om een vrij gedetailleerde analyse. Het is niet genoeg om te stellen dat “de werken lijken op elkaar”. Er moet worden gekeken naar de specifieke creatieve en vrije keuzes die zijn gemaakt in de bewerking en of deze zijn overgenomen.
In de zaak ging het om een tekst uit het publieke domein die door een partij was bewerkt. Een andere partij nam vervolgens (delen van) deze bewerkte versie over, in de veronderstelling dat het onderliggende materiaal vrij te gebruiken was.
Het arrest maakt duidelijk dat deze redenering niet zonder meer opgaat. Het feit dat de oorspronkelijke tekst tot het publieke domein behoort, betekent niet dat iedere bewerkte versie daarvan ook vrij kan worden gebruikt. Wanneer een partij niet teruggaat naar de oorspronkelijke bron, maar een door een ander gemaakte bewerking overneemt, bestaat het risico dat daarin vervatte creatieve keuzes worden overgenomen.
De beoordeling verschuift daarmee van de vraag of het bronmateriaal vrij is, naar de vraag of de specifieke bewerking auteursrechtelijk beschermd is. Indien de bewerking een eigen intellectuele schepping vormt, kan het overnemen daarvan zonder toestemming leiden tot auteursrechtinbreuk.
Voor de ICT-praktijk is dit arrest bijzonder relevant, omdat bewerkingen daar eerder regel dan uitzondering zijn. Denk aan het aanpassen van:
softwaredocumentatie,
API-beschrijvingen,
gebruikershandleidingen,
datasets,
of AI-gegenereerde output.
In al deze gevallen speelt dezelfde vraag: zit er voldoende creativiteit in de bewerking zodat sprake is van een nieuw auteursrechtelijk beschermd werk?
Het arrest bevestigt dat die creativiteit zit in menselijke vrije en creatieve keuzes. Dit is ook relevant in de context van AI. Output van AI-systemen zal op zichzelf niet snel auteursrechtelijk beschermd zijn, met name wanneer menselijke creatieve inbreng ontbreekt. Dat neemt echter niet weg dat daarop voortbouwende bewerkingen wél tot bescherming kunnen leiden.
Wanneer een gebruiker AI-gegenereerde content selecteert, aanpast of herstructureert en daarbij voldoende vrije en creatieve keuzes maakt, kan alsnog sprake zijn van een eigen intellectuele schepping. In dat geval ontstaat auteursrechtelijke bescherming op de bewerkte versie, ondanks het feit dat het onderliggende materiaal zelf mogelijk onbeschermd is.
Met de zaak Institutul G. Călinescu bevestigt het Hof van Justitie dat auteursrechtelijke bescherming bij bewerkingen niet vanzelfsprekend is, maar ook zeker niet uitzonderlijk. Doorslaggevend is steeds of er sprake is van eigen vrije en creatieve keuzes.
Dit betekent onder meer dat het bewerken van materiaal uit het publieke domein alleen tot nieuwe bescherming leidt wanneer voldoende eigen creativiteit wordt toegevoegd. Tegelijkertijd kunnen ook werken die op werken uit het publieke domein zijn gebaseerd alsnog beschermd zijn, als daarin door een ander substantiële creatieve elementen zijn aangebracht.
Voor de ICT-praktijk onderstreept dit het groeiende belang van het onderscheid tussen technische aanpassingen en creatieve bewerkingen, zeker in een omgeving waarin content voortdurend wordt aangepast en hergebruikt. Niet alleen wat er is veranderd is relevant, maar vooral hoe en waarom die veranderingen zijn aangebracht: daar ligt de grens tussen vrij gebruik en auteursrechtelijke bescherming.
Geïnteresseerd in andere blogs over het intellectuele eigendom? Bekijk ze hier.
[1] HvJ 19 maart 2026, C-649/23 (Institutul G. Călinescu) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:62023CJ0649
Meld je nu aan voor één van de nieuwsbrieven van ICTRecht en blijf op de hoogte van onderwerpen zoals AI, contracteren, informatiebeveiliging, e-commerce, privacy, zorg & ICT en overheid.