Digitale autonomie staat hoog op de agenda. Geopolitieke spanningen, afhankelijkheid van grote technologiebedrijven en nieuwe Europese wetgeving maken ondernemers bewuster van de vraag hoe afhankelijk zij zijn van digitale leveranciers en infrastructuur. Ook uit recent onderzoek van SIDN blijkt dat ondernemers digitale weerbaarheid en autonomie steeds belangrijker vinden.
Organisaties kijken bij digitale autonomie vooral naar cloudplatformen, software of social media. Een kleine, maar belangrijke bouwsteen van die digitale infrastructuur blijft vaak buiten beeld: de domeinnaam
Een domeinnaam zorgt ervoor dat internetgebruikers websites, e-mailservers en andere online diensten kunnen vinden. In zekere zin geeft een domeinnaam een organisatie een vorm van digitale autonomie: de houder bepaalt zelf welke diensten achter het domein actief zijn en hoe deze worden ingericht. Toch weten veel ondernemers opvallend weinig over de achtergrond van hun domeinnaam. Vooral rond landendomeinen (zgn. ccTLDs) is vaak verwarring.
Neem bijvoorbeeld .ai. Veel ondernemers associëren deze extensie direct met artificial intelligence. Afgelopen jaren is het aantal registraties ervan geëxplodeerd. In werkelijkheid is .ai het landendomein (ccTLD) van Anguilla, een eiland in het Caribisch gebied. Gelegen naast Sint-Maarten. Hetzelfde geldt voor de extensie van Montenegro (.me). Deze wordt vaak gebruikt om een persoonlijke boodschap over te brengen, zoals bij domeinnamen als tikkie.me of feliciteer.me.
Nog treffender is .tv, het landendomein van Tuvalu, een eilandstaat in de Stille Oceaan met ongeveer 11.000 inwoners. Doordat .tv wereldwijd wordt geassocieerd met streaming en online video (denk aan Twitch.tv), is de extensie uitgegroeid tot een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het land. Het beheer is uitbesteed aan het Amerikaanse Verisign, dat Tuvalu jaarlijks miljoenen dollars betaalt voor de licentie.
Dat hoeft geen probleem te zijn: deze extensies worden doorgaans professioneel beheerd en hebben een sterke internationale reputatie opgebouwd. Enkele jaren terug is het beheer van .ai bijvoorbeeld ondergebracht bij een professionele service provider, omdat de kleine registry van het eiland de toevloed van registraties niet meer aankon. Ook .me wordt beheerd door een professionele Amerikaanse partij. En bij .tv zorgt de constructie met Verisign ervoor dat de extensie technisch en operationeel op hetzelfde niveau wordt beheerd als .com.
Het is echter wel verstandig om te beseffen dat achter iedere domeinextensie een eigen registry, juridisch kader en geschillenregeling schuilgaat. Vaak realiseren organisaties zich pas hoe die afhankelijkheden werken wanneer er iets misgaat.
Dat werd onlangs zichtbaar bij Telegram. De populaire berichtenservice gebruikt t.me als verkorte URL voor gebruikers, groepen en kanalen. Op 13 juli 2026 werd het domein door de beheerorganisatie van .me tijdelijk op een zogenaamde server hold geplaatst, waardoor de links wereldwijd niet meer werkten. Een dag later werd het domein weer geactiveerd. Volgens de beheerder van .me hing de maatregel samen met naleving van Amerikaanse sanctieregels (OFAC).
De Telegram-app zelf bleef functioneren, maar miljoenen externe links naar Telegram-kanalen en -groepen waren tijdelijk onbereikbaar. Het incident laat zien hoe sterk online dienstverlening soms afhankelijk is van één domeinnaam en de organisaties die daarachter zitten.
Bij de registratie van een domeinnaam wordt een overeenkomst afgesloten met de registry (of soms via een registrar). Daarin staat onder meer opgenomen welk recht van toepassing is, welke gronden er zijn voor opschorting of intrekking en bij welke instantie geschillen worden beslecht. De voorwaarden van deze overeenkomsten verschillen sterk per extensie.
Zo geldt bij een .nl-domein het Nederlands recht en worden geschillen onder de SIDN-geschillenregeling beslecht. Bij een .ai-extensie gelden echter de voorwaarden van de registry op Anguilla, inclusief de daar geldende jurisdictie. Bij een .me-domein kunnen, zoals het Telegram-incident laat zien, Amerikaanse sanctieregels doorwerken omdat de registry-operator in de Verenigde Staten is gevestigd. Voor .tv geldt iets vergelijkbaars: hoewel Tuvalu formeel de houder van de extensie is, worden de commerciële en operationele voorwaarden in de praktijk bepaald door Verisign, en dus indirect door Amerikaans recht.
Dat maakt de domeinkeuze óók een juridische keuze: welke voorwaarden en welk rechtsstelsel accepteer je feitelijk als je een bepaalde extensie kiest? En past dit bij je klantenbestand, contractuele verplichtingen en risicoprofiel?
Deze juridische complexiteit betekent niet dat ondernemers landendomeinen moeten vermijden. Veel van deze extensies kennen juist volwassen procedures en goede juridische waarborgen. Zo werkt .ai bijvoorbeeld met de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP), dezelfde internationale geschillenregeling die ook wordt gebruikt voor onder meer .com-domeinen en wordt uitgevoerd via WIPO. Voor .nl geldt een eigen variant: de Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen, eveneens uitgevoerd door WIPO onder toezicht van SIDN.
Belangrijk om te weten is dat deze regelingen alleen werken bij een specifiek type conflict: kort gezegd het te kwader trouw registreren of gebruiken van andermans merk. Voor andere situaties, een registry die je domein op server hold zet vanwege sanctienaleving, of een geschil met je registrar over dienstverlening, biedt de UDRP geen oplossing. In zulke gevallen val je terug op het contractenrecht van de registry, hetgeen zoals hierboven beschreven sterk kan verschillen per extensie.
Voor merkhouders speelt daarbij nog iets anders: een geschillenregeling is geen vervanging van een merkregistratie. Zonder geregistreerd merk in de Benelux of EU sta je in een UDRP-procedure vrijwel altijd met lege handen. Merk en domein zijn juridisch twee verschillende dingen, maar in de praktijk onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De les is daarom vooral dat het verstandig is om vooraf onderzoek te doen. Wie zijn online merk, klantenbestand of bedrijfsprocessen afhankelijk maakt van een specifieke domeinnaam, doet er goed aan te weten wie de registry beheert, welke regels van toepassing zijn en welke mogelijkheden er zijn bij conflicten of verstoringen.
Digitale autonomie betekent niet dat alles binnen Nederland of Europa moet worden ondergebracht. Het gaat vooral om grip op afhankelijkheden, inzicht in risico's en het vermogen om bewuste keuzes te maken. Juist omdat domeinnamen een fundamenteel onderdeel vormen van de digitale infrastructuur, verdienen zij daarbij meer aandacht dan ze vaak krijgen.
Voor ondernemers die op zoek zijn naar een creatieve of opvallende domeinnaam is de boodschap daarom eenvoudig: kijk niet alleen naar hoe een extensie klinkt, maar ook naar de organisatie en regels erachter. Pas dan weet je echt aan wie je jouw online aanwezigheid toevertrouwt.
De voorbeelden van .ai, .me en .tv laten zien dat de keuze voor een extensie nooit puur een marketingbeslissing is. Wie zijn digitale autonomie serieus neemt, doet er goed aan vier basisvragen te beantwoorden voordat een domein wordt vastgelegd:
Deze blog kwam tot stand in samenwerking met SIDN & ICTRecht. ICTRecht adviseert ondernemers over merkbescherming, domeinnaamgeschillen en de juridische kant van digitale infrastructuur. Met IP Proof helpen wij organisaties om hun digitale IE-portefeuille in kaart te brengen en te bepalen waar bijsturing nodig is.
Meld je nu aan voor één van de nieuwsbrieven van ICTRecht en blijf op de hoogte van onderwerpen zoals AI, contracteren, informatiebeveiliging, e-commerce, privacy, zorg & ICT en overheid.