De zorg digitaliseert in een snel tempo, maar de beveiliging van de digitale toegang tot patiëntgegevens blijft daarin achter. Van de 1,5 miljoen mensen die werkzaam zijn in de zorg, beschikken er slechts 90.000 over een goedgekeurd inlogmiddel [1]. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de UZI-pas hoge drempels opwerpt: de pas vereist speciale hardware, is duur in aanschaf en is primair bedoeld voor BIG-geregistreerde zorgverleners. Vanwege het gebrek aan een beter alternatief werkt de rest met inlogmiddelen die niet voldoen aan het vereiste betrouwbaarheidsniveau.
Met de invoering van de Wet Digitale Identificatie en Authenticatie in de Zorg (DIAZ) probeert de wetgever dit toegangsprobleem structureel op te lossen. Het wetsvoorstel is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Tweede Kamer [2]. In dit blog leggen we uit wat er nu precies verandert, voor wie en wanneer.
De standaard voor veilige digitale toegang in de zorg is nu de Unieke Zorgverlener Identificatie (UZI) pas: een fysieke pas met kaartlezer en PIN-code [3]. In theorie veilig. In de praktijk een systeem vol knelpunten.
Om te beginnen werkt de pas alleen in combinatie met een fysieke kaartlezer en is de pas niet geschikt voor gebruik op smartphones of tablets. Dat is onwerkbaar in een sector waar zorgverleners steeds vaker ambulant werken. Wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en ambulancepersoneel werken nu eenmaal niet aan een bureau met een vaste kaartlezer en kiezen in de praktijk voor andere inlogmethoden die vaak niet voldoen aan het vereiste beveiligingsniveau [4]. Daar komt bij dat de pas duur is: een UZI-pas kostte oorspronkelijk €255 voor drie jaar. Vanaf november 2026 wordt de prijs weliswaar verlaagd naar €127,50 per jaar, maar dat komt slechts doordat de geldigheidsduur om technische redenen is ingekort [5].
Voor kleinere organisaties blijft het een forse drempel. Zo fors dat passen in de praktijk onderling worden doorgegeven, wat de veiligheid juist ondermijnt. Bovendien is het bereik beperkt: de pas is primair bedoeld voor BIG-geregistreerde zorgverleners en mochten de UZI-middelen wettelijk gezien strikt genomen niet worden gebruikt voor toegang tot zorginformatiesystemen zoals het EPD-systeem. Tot slot staat de zorgidentiteit van een medewerker fysiek op de chip gebrand. Wisselt iemand van werkgever of functie? Dan is een geheel nieuwe pas nodig [6].
De Wet DIAZ introduceert een nieuw stelsel, namelijk Dezi (ofwel: ‘De ZorgIdentiteit’). Dezi bestaat uit twee onderdelen: een stelsel waarop zorgaanbieders hun zorgsystemen kunnen aansluiten en een register waar zorgmedewerkers en -organisaties zich inschrijven en hun digitale zorgidentiteit wordt beheerd. Kort gezegd: het register weet wie je bent en het stelsel regelt hoe je toegang krijgt. Samen vervangen zij op termijn het huidige UZI-stelsel [7].
Om dit juridisch mogelijk te maken worden de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz) en de Jeugdwet aangepast, waarbij de wijziging ook raakt aan de Wet Digitale Overheid (Wdo) en de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) [8].
Concreet brengt Dezi de volgende veranderingen met zich mee:
Geen fysieke pas meer nodig. Inloggen kan straks via erkende digitale middelen, waaronder DigiD en de Europese Digitale Identiteit Wallet (de EDI-wallet). De EDI-wallet is een digitale portemonnee op de smartphone waarmee EU-burgers hun identiteit veilig kunnen bewijzen en documenten kunnen delen. De wallet vloeit voort uit de eIDAS-verordening, de Europese regelgeving die digitale identificatie en authenticatie harmoniseert binnen de EU. [9]
Meer keuzevrijheid. Zorgaanbieders en medewerkers kiezen zelf welk erkend inlogmiddel het beste past bij hun werkproces, zolang het voldoet aan betrouwbaarheidsniveau 'hoog' volgens de eIDAS-verordening. [10]
Breder bereik. Het Dezi-register is niet beperkt tot BIG-geregistreerden. Iedereen die in zijn of haar functie patiënt- of cliëntgegevens verwerkt, van verpleegkundige tot administratief medewerker, kan worden ingeschreven. [11]
Flexibeler bij veranderingen. De Dezi-registratie blijft bestaan bij een wisseling van werkgever of functie. Alleen de koppeling aan de zorgaanbieder wordt bijgewerkt, wat het ook eenvoudiger maakt voor flexmedewerkers en invalkrachten. [12]
Lagere kosten. De kosten worden naar verwachting significant lager dan bij de huidige UZI-middelen: schattingen lopen uiteen van €20 tot €70 per jaar per medewerker. Voor de jaren 2026 tot en met 2028 is daarnaast een stimuleringsregeling voorzien van in totaal 25 miljoen euro. [13]
Toekomstbestendig. Het stelsel sluit aan op de eIDAS-verordening en de European Health Data Space (EHDS), die zorgaanbieders verplichten te werken met interoperabele systemen. De Wet DIAZ vervult daarmee een randvoorwaarde voor de bredere digitalisering van de Europese gezondheidszorg.
Om in te loggen via Dezi heeft een zorgmedewerker allereerst een zorgidentiteit nodig. Die zorgidentiteit bestaat minimaal uit een Dezi-nummer en de organisatie waarvoor de medewerker werkt. Om die te verkrijgen logt de medewerker in via het zorgmedewerkersportaal en doorloopt hij of zij in ongeveer vijf minuten drie stappen: het invoeren van contactgegevens op basis van de BRP, het opgeven van beroepsgegevens die waar mogelijk automatisch worden opgehaald uit het BIG-register en het controleren en indienen van de aanvraag. [14]
Zodra de zorgmedewerker is geregistreerd, kan worden ingelogd op aangesloten zorgsystemen. Bij elke inlog haalt het Dezi-register de zorgidentiteit op: een combinatie van een uniek nummer, de organisatie waarvoor gewerkt wordt en de bijbehorende bevoegdheden. De zorgaanbieder bepaalt vervolgens of de medewerker daadwerkelijk toegang krijgt. Inschrijving alleen is dus niet voldoende: de zorgaanbieder moet de toegang expliciet verlenen. [15]
De minister van VWS keurt de inlogmiddelen vooraf goed, een taak die in de praktijk wordt uitgevoerd door het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG). De erkende inlogmiddelen zijn de onder de Wet Digitale Overheid erkende publieke en private inlogmiddelen, zorgspecifieke inlogmiddelen, PKI-o-servercertificaten en onder de eIDAS-verordening genotificeerde middelen. Voldoet een middel niet meer aan de eisen, dan kan de goedkeuring worden geschorst of ingetrokken. [16]
De overgang naar Dezi verloopt gefaseerd. De tijdlijn ziet er op dit moment als volgt uit [17]:
November 2026: Alleen nog mogelijk om éénjarige UZI-middelen aan te vragen.
November 2026: EU Digitale Identiteit Wallet beschikbaar.
Januari 2027: Dezi-stelsel technisch gereed.
November 2027: Uitgifte UZI-middelen stopt.
November 2028: Einde duale periode (UZI-middelen niet meer actief) en zorgaanbieder moet voor gebruik van SBV-Z gebruik maken van Dezi-stelsel.
2026 t/m 2028: Stimuleringsregeling nieuwe inlogmiddelen (25 miljoen euro).
2029: Uiterste datum uitfasering UZI-pas 30 september.
2030: Inlogmiddelen moeten kwantumproef zij.
1 januari 2031: Volledige verplichtstelling Dezi voor alle zorginformatie- en uitwisselingssystemen.
De UZI-pas verdwijnt dus op termijn en Dezi komt ervoor in de plaats. De overgangsperiode biedt ruimte, maar wie wacht tot het laatste moment loopt het risico achter de feiten aan te lopen. Platformleveranciers kunnen al vanaf 1 januari 2026 aansluiten op de testomgeving van het Dezi-stelsel om hun systemen te testen en de implementatie voor te bereiden. [18]
Voor zorgaanbieders betekent de Wet DIAZ: nu al nadenken over welke erkende inlogmiddelen passen bij de werkprocessen, of de systemen klaar zijn om aan te sluiten op het Dezi-koppelvlak en hoe je de registratie van medewerkers, tijdelijk personeel en zzp'ers borgt.
Wij volgen de ontwikkelingen op de voet. Heb je vragen over wat de Wet DIAZ betekent voor jouw organisatie of wil je weten hoe je je hier juridisch en praktisch op voorbereidt? Neem gerust contact met ons op.
[1] Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 6, p. 71.
[2] 'DIAZ: belangrijke stap naar veilige toegang tot gezondheidsgegevens', uziregister.nl 6 oktober 2026.
[3] 'Gebruik van de UZI-pas', uziregister.nl.
[4] Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 6, p. 5.
[5] 'Wijziging geldigheid UZI-middelen naar één jaar', uziregister.nl 20 oktober 2026.
[6] Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 6, p. 5, 11-12 en 53.
[7] ‘Over Dezi', dezi.nl.
[8] Kamerstukken II 2024/25, 36702, nr. 3, p. 19.
[9] Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 9, p. 9.
[10] 'Voor zorgmedewerkers', dezi.nl; Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 6, p. 3.
[11]Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 9, p. 13.
[12] Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 6, p. 5.
[13] Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 9, p. 18.
[14] 'Voor zorgmedewerkers', dezi.nl.
[15] Kamerstukken II 2024/25, 36702, nr. 3, p. 21; 'Voor zorgmedewerkers', dezi.nl.
[16] 'Voor zorgmedewerkers', dezi.nl; Kamerstukken II 2025/26, 36702, nr. 6, p. 3.
[17] ‘Tijdslijn’, dezi.nl; Kamerstukken II 2025/2026, 36702, nr. 6.
[18] 'Dezi testomgeving beschikbaar voor platformleveranciers', dezi.nl 5 januari 2026.
Meld je nu aan voor één van de nieuwsbrieven van ICTRecht en blijf op de hoogte van onderwerpen zoals AI, contracteren, informatiebeveiliging, e-commerce, privacy, zorg & ICT en overheid.