Berichten opstellen met AI: wat moet je nou echt doen met de transparantieverplichting uit de AI Act?

Onlangs berichtte de Volkskrant dat premier Jetten en D66 honderden berichten op sociale media zouden hebben gegenereerd met behulp van AI. Uit hun onderzoek bleek dat zeker 232 posts op platformen als Facebook, Instagram, X en LinkedIn door een chatbot zouden zijn opgesteld. Hoewel er veel ophef over is, beschouwt Jetten zelf AI als een hulpmiddel waarbij de uiteindelijke controle door een mens plaatsvindt.

Hoewel de politieke discussie over het gebruik van AI door politici inmiddels in volle gang is, kijk ik naar de juridische aspecten van het verhaal. Wat ik immers wel een juridisch interessant aspect vind, is hoe dit zich verhoudt tot de AI Act. Sinds 2 augustus 2026 zijn de transparantieverplichtingen uit artikel 50 van kracht, en de Europese Commissie heeft onlangs richtsnoeren gepubliceerd over de uitleg hiervan. In dit blog analyseren wij eerst wat artikel 50 precies voorschrijft, om dat vervolgens toe te passen op met AI gegenereerde berichten.

Welke onderdelen van artikel 50 zijn van belang?

Artikel 50 van de AI Act bevat vier verschillende transparantieverplichtingen, elk gericht op een specifiek type AI-systeem of de output daarvan. Lid 1 heeft betrekking op AI-systemen die rechtstreeks met mensen interacteren (zoals chatbots), en lid 3 op emotieherkenning en biometrische categorisering. Deze verplichtingen zijn voor dit verhaal niet relevant.

Op het eerste gezicht lijkt lid 2 relevant, aangezien dat lid gaat over het genereren van synthetische tekst. Echter, deze plicht rust op de aanbieder van het AI-systeem (de partij die het systeem ontwikkelt en op de markt brengt, zoals OpenAI of Anthropic), en niet op de gebruiker zoals Jetten of D66. Aanbieders zoals deze moeten ervoor zorgen dat de output machineleesbaar is gemarkeerd en herkenbaar is als AI-gegenereerd (zie hierover ook mijn eerdere blog over Anthropic Watermerken). Bovendien geldt voor systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren een overgangstermijn tot 2 december 2026 op basis van de Digitale Omnibus voor AI. Voor de eindgebruiker van zo’n systeem brengt lid 2 dus geen verplichtingen met zich mee.

De essentie van deze kwestie ligt daarom bij lid 4. Dit lid richt zich op gebruiksverantwoordelijken: partijen die een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid en voor professionele doeleinden inzetten. Lid 4 bevat twee specifieke verplichtingen: één voor deepfakes (audio, video en beeld) en één voor tekstuele inhoud. Omdat het bij Jetten om geschreven berichten gaat, is alleen die laatste relevant.

De tekstverplichting bij zaken van algemeen belang

Gebruiksverantwoordelijken van een AI-systeem dat tekst genereert of bewerkt die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang, moeten bekendmaken dat de tekst kunstmatig is gegenereerd of bewerkt. In paragraaf 6.2 van de richtsnoeren licht de Commissie de drie elementen van deze bepaling toe.

Ten eerste moet de tekst gepubliceerd zijn. Dat is het geval wanneer een onbepaald en vrij groot aantal lezers er toegang toe heeft. Interne communicatie of berichten in een kleine, besloten groep vallen daar niet onder. Berichten op een openbaar sociale-media-account voldoen hier zonder meer aan.

Ten tweede moet de tekst bedoeld zijn om het publiek te informeren. Het gaat dan om tekst die kennis, meningen of feiten overbrengt. Zeer korte teksten die inhoudelijk niets overbrengen, vallen erbuiten.

Ten derde moet het gaan om aangelegenheden van algemeen belang. De Commissie hanteert hier een ruime uitleg: onderwerpen die relevant zijn voor de samenleving en publiek debat verdienen. Expliciet genoemd worden onder meer politiek en democratische processen, openbaar bestuur, rechtspraak, grondrechten, volksgezondheid en economische, financiële en wetenschappelijke ontwikkelingen. Daarmee valt vrijwel alles waar politici en bestuurders zich in hun communicatie mee bezighouden binnen de reikwijdte van deze bepaling.

Ook als het gebruik plaatsvindt door voorlichters of andere medewerkers, blijft de verplichting bestaan. De richtsnoeren geven aan dat medewerkers die onder instructie van een organisatie werken, niet als afzonderlijke gebruiksverantwoordelijke worden aangemerkt. De verantwoordelijkheid ligt dan bij de organisatie of persoon onder wiens gezag het systeem wordt gebruikt.

Hoe verhoudt dit zich nu tot de berichten van een minister(-president)? Het is dat in ieder geval sommige van de berichten binnen de reikwijdte van lid 4 vallen: het gaat om publieke berichten van een politiek leider over onderwerpen van groot maatschappelijk belang (denk aan de excuses aan de Molukse gemeenschap). Hoe verhoudt dit zich nu tot de berichten van een minister(-president)? De crux is dan niet of lid 4 van toepassing is, maar of de uitzondering geldt?

De uitzondering: de menselijke toets en redactionele controle

Lid 4 bevat echter een cruciale uitzondering: de bekendmaking is niet nodig wanneer de AI-content een proces van menselijke toetsing of redactionele controle heeft ondergaan én een natuurlijke of rechtspersoon de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de publicatie. Beide voorwaarden moeten cumulatief aan de orde zijn. Paragraaf 6.2.3 van de richtsnoeren verduidelijkt dit.

Menselijke toetsing houdt in dat personen met de juiste expertise de inhoud bewust beoordelen. Fact-checking is hierbij een minimumvereiste. De Commissie is duidelijk over wat niet volstaat: een loutere controle op spelling of grammatica, het simpelweg hanteren van een redactioneel beleid, geautomatiseerde controles of een vluchtige goedkeuring zonder inhoudelijke betrokkenheid. Bovendien vervalt de uitzondering zodra de AI na de menselijke controle nog inhoudelijke aanpassingen doet.

Redactionele verantwoordelijkheid betekent dat een persoon of organisatie de uiteindelijke controle en verantwoordelijkheid draagt voor de publicatie. De richtsnoeren stellen dat de identiteit van de verantwoordelijke voor de lezer eenvoudig vindbaar moet zijn.

De redactionele verantwoordelijkheid in casu is eenvoudig vast te stellen: de berichten worden geplaatst op de accounts van de premier of D66. De verantwoordelijkheid is dus helder.

Het echte knelpunt is de menselijke toetsing. Of menselijke toetsing juridisch volstaat, hangt volledig af van de uitvoering.

Jetten spreekt van menselijke controle, maar dat maakt nog niet duidelijk wat er exact is gebeurd. Bedoelt hij, ik las het en vond het mooi klinken? Of zat er een factchecker naast die goedkeuring gaf? En, hoe kún je een individueel social media bericht eigenlijk 'controleren', is daar wat zinnigs over te zeggen? De richtsnoeren gaan immers uit van nieuwsberichten waar wat aan te checken valt.

Als voor de plaatsing een medewerker of de accounthouder de inhoud daadwerkelijk checkt, de feiten controleert en de tekst echt 'eigen' maakt, dan is de transparantieverplichting nageleefd. Wordt de tekst echter alleen vluchtig gescand op toon en spelling voordat er op 'versturen' wordt geklikt, dan is dat volgens de richtsnoeren onvoldoende.

Conclusie

Politiek gezien kan het gebruik van AI door Jetten en D66 discussie oproepen. Met de juiste menselijke toetsing is er echter geen probleem met de transparantieverplichting uit de AI Act. Hoewel politieke uitingen over publieke zaken onder de bekendmakingplicht van artikel 50 lid 4 vallen, is de uitzondering voor redactionele verantwoordelijkheid en menselijke controle juist bedoeld voor dit soort situaties. Zolang er sprake is van een inhoudelijke menselijke controle en de publicatie in naam van de verantwoordelijke persoon of organisatie geschiedt, werkt men in lijn met de AI Act.

Er speelt hier echter nog wel een kwestie van de timing. De AI Act is pas van kracht sinds 2 augustus 2026. Teksten die vóór die datum zijn gepubliceerd, hoeven niet met terugwerkende kracht te worden gelabeld.

Voor organisaties die AI inzetten voor externe communicatie is dit een belangrijk signaal: de uitzondering is geen vrijbrief. Een snelle blik is niet genoeg; fact-checking is vereist. Mijn advies is dan ook om het controleproces bij AI-gegenereerde content goed te borgen en vast te leggen. Zo niet, dan is het verstandiger om AI-teksten over maatschappelijke zaken simpelweg te labelen als AI-gegenereerd.

Wil je meer weten over AI of nieuwsgierig naar AI in de praktijk? Neem contact met ons op. We praten je graag bij.

Neem contact op

Terug naar overzicht