Het Anne Frank Fonds en de grenzen aan het auteursrecht online

Op 9 juli 2026 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: “het Hof”) in het Anne Frank Fonds-arrest antwoord gegeven op prejudiciële vragen over het auteursrecht en geo-blocking. Het Hof oordeelde dat een in de ene lidstaat beschermd werk online mag worden gepubliceerd in een andere lidstaat waarin dat werk niet langer beschermd is en tot het publieke domein is gaan behoren. Vereiste is daarbij wel dat de website-exploitant gebruikmaakt van state-of-the-art geo-blocking. Deze uitspraak raakt aan de territorialiteit van het auteursrecht. In dit blog wordt stilgestaan bij wat het arrest inhoudt, hoe territorialiteit binnen het auteursrecht werkt en wat dit betekent voor websitehouders wier content wereldwijd bereikbaar is

De casus

Het dagboek van Anne Frank en de bijbehorende manuscripten zijn auteursrechtelijk beschermde werken, waarvan het Anne Frank Fonds de rechthebbende is. In Nederland is dit auteursrecht nog geldig tot 2037. Deze langere beschermingsduur volgt uit een overgangsregeling in de Auteurswet: voor werken die pas na het overlijden van de maker voor het eerst zijn gepubliceerd, gold onder het oude regime een aparte termijn van 50 jaar vanaf die eerste publicatie. Delen van het dagboek zijn pas in 1986 voor het eerst gepubliceerd; op grond van het overgangsrecht loopt die termijn voor die delen nog tot 2037. In veel andere EU-lidstaten, zoals België, is de beschermingsduur van de werken inmiddels verlopen en zijn zij tot het publieke domein gaan behoren. Daar kan het Anne Frank Fonds zich dus niet meer verzetten tegen publicatie.

Op initiatief van onder meer de Anne Frank Stichting en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen is in 2021 een wetenschappelijke online editie van de manuscripten gepubliceerd. De domeinnaam van de website waarop deze werken te vinden waren, was in België geregistreerd. Voor bezoekers vanuit Nederland en andere lidstaten waar de werken nog beschermd waren, was een geo-block ingesteld, waardoor zij geen toegang tot de website konden krijgen. Als in Nederland gevestigde bezoekers de website probeerden te bereiken, kregen zij een foutmelding te zien. In de praktijk bleek deze geo-block echter relatief eenvoudig te omzeilen door gebruik te maken van een VPN-verbinding. Het Anne Frank Fonds stelde derhalve dat alsnog een inbreuk werd gemaakt op zijn auteursrechten, omdat de werken vanuit Nederland toegankelijk waren, zij het met behulp van een VPN.

Het oordeel

Het Hof ging niet mee in deze redenering en stelde dat de geo-block een 'technische voorziening' in de zin van artikel 6 lid 3 van de Auteursrechtrichtlijn is. Deze bepaling biedt rechthebbenden een extra beschermingslaag als zij technische maatregelen treffen om ongeautoriseerde toegang tot een werk te voorkomen, zoals DRM op een e-book, een betaalmuur, een inlogscherm of een geo-block. Deze rechtsbescherming geldt echter enkel voor 'doeltreffende' maatregelen. Werkt een rechthebbende met een doeltreffende maatregel, dan behoren gebruikers die door die maatregel worden buitengesloten niet tot het beoogde publiek, en daarmee is ten aanzien van hen geen sprake van een auteursrechtelijk relevante 'mededeling aan het publiek’.

Volgens het Hof kan een geo-block als doeltreffend gelden zolang deze 'state-of-the-art' is, óók wanneer omzeiling via een VPN mogelijk blijft. De achterliggende gedachte is dat de rechthebbende met een dergelijke maatregel duidelijk maakt dat hij de kring van gebruikers wil beperken tot bezoekers uit landen waar het werk niet meer beschermd is. Dat sluit aan bij eerdere rechtspraak waarin het Hof al oordeelde dat technische voorzieningen kunnen dienen als een vorm van 'wilsuiting' van de rechthebbende.

Het Hof spreekt zich verder uit over de verantwoordelijkheid indien de geo-block niet doeltreffend zou zijn. In dat geval ligt de aansprakelijkheid bij degene die het werk online heeft geplaatst en niet bij de aanbieder van de VPN-dienst die de omzeiling technisch mogelijk maakt. Een enkele waarschuwing of klikverklaring op de website ("ik verklaar dat ik mij in land X bevind") is volgens het Hof daarentegen géén doeltreffende maatregel, omdat de werking daarvan volledig afhangt van de oprechtheid van de bezoeker.

Territorialiteitsbeginsel

Om de betekenis van dit arrest goed te kunnen plaatsen, is het nuttig om stil te staan bij een fundamentele eigenschap van het auteursrecht: het territorialiteitsbeginsel. Auteursrecht wordt in beginsel per land verleend, op basis van de nationale wetgeving van dat land. Er bestaat dus geen 'wereldwijd auteursrecht', maar een lappendeken van nationale rechten die per land kunnen verschillen. Dankzij internationale verdragen als de Berner Conventie en het WIPO Copyright Treaty bestaat er tot op zekere hoogte wederzijdse erkenning ten aanzien van auteursrechten. Werken die in staat A geschapen zijn, genieten in beginsel in staat B tevens auteursrechtelijke bescherming, maar dan volgens het recht van staat B.

Europese Unie

Binnen de Europese Unie is het auteursrecht via onder meer de Auteursrechtrichtlijn deels geharmoniseerd. Daarin zijn kernbegrippen als 'werk', 'mededeling aan het publiek' en 'reproductie' opgenomen, waardoor deze begrippen binnen de EU op dezelfde wijze worden geïnterpreteerd. Voor bijvoorbeeld de beschermingsduur bestaat daarentegen geen volledige harmonisatie. Zo bepaalt het Nederlandse auteursrecht dat werken een beschermingsduur van 70 jaar na de dood van de maker hebben, maar in andere EU-lidstaten kunnen door overgangsrecht en historische bijzonderheden afwijkende regels gelden. Om die reden kunnen het dagboek van Anne Frank en de bijbehorende manuscripten nog tot 2037 op bescherming in Nederland rekenen, terwijl zij in België reeds tot het publieke domein zijn gaan behoren. Het Anne Frank Fonds-arrest is daarmee een goed voorbeeld van hoe territorialiteit ook binnen een geharmoniseerd EU-kader tot uiteenlopende uitkomsten kan leiden.

Op grond van het lex loci protectionis-beginsel, binnen de EU gecodificeerd in de Rome II-Verordening, wordt de vraag of iets een inbreuk oplevert, beoordeeld naar het recht van het land waarvoor bescherming wordt ingeroepen. Voor content die vanuit Nederland op een wereldwijd bereikbare website wordt gepubliceerd, kan dus in beginsel per land worden bekeken of naar dát nationale recht een inbreuk is gepleegd.

Buiten de Europese Unie

Voor content die wereldwijd bereikbaar is, wordt het beeld complexer. Kan bijvoorbeeld een Amerikaanse, Braziliaanse of Japanse rechthebbende een Nederlandse websitehouder aanspreken enkel omdat zijn content daar zichtbaar is? Deze vraag valt in twee delen uiteen: een materieelrechtelijke vraag en een procesrechtelijke vraag.

De materieelrechtelijke vraag luidt of de handeling naar het recht van dat land een inbreuk oplevert. Buiten de EU passen rechters Rome II niet toe, maar hanteren zij hun eigen internationaal privaatrecht. In de praktijk komt dat in veel jurisdicties op vergelijkbare uitgangspunten neer, mede doordat het territorialiteitsbeginsel ook in de Berner Conventie is verankerd. De auteursrechtelijke beoordeling kan per land verschillen, waardoor een handeling die naar Nederlands recht is toegestaan, elders alsnog een inbreuk kan opleveren. Een sprekend voorbeeld is het verschil in uitzonderingen op het auteursrecht tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie. De VS kent het fair use-leerstuk, een open norm waarin rechters aan de hand van factoren als het doel, de aard en de omvang van het gebruik bepalen of een handeling geoorloofd is. De EU kent daarentegen een gesloten stelsel, waarin alleen de in de richtlijnen opgesomde uitzonderingen zijn toegestaan.

De procesrechtelijke vraag is of een buitenlandse rechter bevoegd is en of een eventueel vonnis in Nederland kan worden geëxecuteerd. Binnen de EU is dat via de Brussel I bis-Verordening relatief eenvoudig geregeld. Voor landen buiten de EU geldt echter dat een buitenlands vonnis niet automatisch in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. Er moet dan een aparte erkenningsprocedure worden doorlopen, waarvan de uitkomst afhangt van eventuele verdragen en de nationale regels van internationaal privaatrecht. In de praktijk is dat lang niet altijd eenvoudig.

Dat betekent overigens niet dat het risico op buitenlandse claims verwaarloosbaar is. Een rechthebbende kan ook in Nederland procederen op basis van buitenlands recht. Ook kan een buitenlandse claim reputatieschade opleveren, of kan een platform (zoals een hostingprovider of app store) op basis van een buitenlandse melding overgaan tot een takedown, ongeacht of het onderliggende vonnis hier afdwingbaar zou zijn. Dit kan tot lastige situaties leiden waarin een internationaal beschikbare website content online zet die in het herkomstland niet auteursrechtelijk beschermd is, maar alsnog wordt aangesproken door een auteursrechthebbende uit een ander land.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Het Anne Frank Fonds-arrest maakt duidelijk dat het territorialiteitsbeginsel binnen het auteursrecht praktische gevolgen heeft. Voor websitehouders wier content wereldwijd bereikbaar is, betekent dit dat de auteursrechtelijke status van een werk per land kan verschillen en dat wat in Nederland is toegestaan, elders alsnog een inbreuk kan opleveren.

Voor organisaties die zelf content op hun website plaatsen, is het belangrijk om vooraf te weten waar die content vandaan komt en welke rechten daarop rusten. Bij content uit stockbibliotheken loont het om na te gaan voor welke landen en gebruiksvormen de licentie geldt. Bij content van individuele makers verdient het aanbeveling om heldere schriftelijke afspraken te maken over de reikwijdte van het gebruik.

Voor platforms waarop derden content plaatsen, ligt de uitdaging elders. Zij zijn in beginsel niet zelf aansprakelijk voor uploads van gebruikers, mits zij hun zorgvuldigheidsverplichtingen nakomen, maar wél wordt van hen verwacht dat zij inbreukmakende content aanpakken en meldingen serieus nemen. Wat in het ene land inbreuk oplevert, kan elders onder een uitzondering vallen. Voor internationaal opererende platforms betekent dit dat het moderatiebeleid en de notice-and-takedown-procedure rekening moeten houden met die verschillen. Waar de auteursrechtelijke status per land verschilt, kan geo-blocking bovendien een praktisch instrument zijn om content selectief beschikbaar te stellen, mits de maatregel state-of-the-art is. Een klikverklaring of disclaimer volstaat volgens het Hof nadrukkelijk níet.

Wil je sparren over de auteursrechtelijke gevolgen van internationale content-ontsluiting, je licentiestructuur of de inrichting van je moderatiebeleid? Neem gerust contact met ons op.

Neem contact op

Terug naar overzicht