Generatieve AI en auteursrecht: creatief met AI, maar beschermd?

Steeds meer bedrijven maken gebruik van generatieve AI om allerlei soorten content te maken. Het kan daarbij gaan om video’s met daarin niet-bestaande mensen die fungeren als tevreden klant, afbeeldingen van nét iets mooier gemaakte producten of volledige campagneteksten. Daarbij rijst een aantal vragen: Zijn wij rechthebbende op deze content? Mogen AI-bedrijven deze content gebruiken voor hun trainingsdata? En wat moeten wij eigenlijk vermelden als wij AI-content publiceren? Dit zijn geen theoretische vragen meer. Ze komen dagelijks langs in de adviespraktijk, maar de antwoorden zijn minder eenvoudig dan veel mensen denken.

Gisteren tijdens ons webinar van 13 oktober behandelden wij deze vragen langs drie assen: de input van AI-modellen, de output, en de transparantieverplichtingen uit de AI Act. Hieronder de key takeaways van dit webinar.

Mag AI worden getraind op bestaand werk?

Het trainen van een AI-model vereist reproducties van bestaand materiaal. Dat raakt direct aan het auteursrecht: reproduceren zonder toestemming is in beginsel een inbreuk, ook voor AI-bedrijven. Voor bepaalde soorten handelingen geldt echter dat de Auteurswet voorziet in een gesloten stelsel met uitzonderingen, waaronder de tekst- en datamining-exceptie (TDM-exceptie). De TDM-exceptie vloeit voort uit de DSM-richtlijn en is geïmplementeerd in artikel 15n en 15o van de Auteurswet.

De exceptie van artikel 4 staat ook commerciële partijen toe om TDM toe te passen, mits er sprake is van rechtmatige toegang én de rechthebbende geen “opt-out” heeft gemaakt. Deze opt-out moet machineleesbaar zijn.1 Over wat daar precies onder dient te worden verstaan, bestaat nog discussie. Zo oordeelde het Oberlandesgericht Hamburg in 2025 dat een voorbehoud in natuurlijke taal in gebruiksvoorwaarden in 2021 niet als machineleesbaar kwalificeerde, maar hanteerde daarbij een dynamische maatstaf: wat destijds onvoldoende was, kan bij de huidige stand van de techniek mogelijk wel volstaan. De Rechtbank Amsterdam oordeelde in dezelfde periode dat de uitgevers onvoldoende hadden aangetoond dat hun robots.txt (een klein tekstbestand op een website met daarin instructies voor zoekmachines, scrapers en AI-crawlers) een passend machineleesbaar voorbehoud vormde. Uit de procedure bleek dat de betreffende robots.txt slechts een beperkt aantal specifieke bots uitsloot (waaronder GPTBot), maar geen algemeen machineleesbaar voorbehoud bevatte.

Elke beperking op het auteursrecht is daarnaast onderworpen aan de “driestappentoets”. Die toets bepaalt dat een uitzondering alleen toelaatbaar is als zij een bijzonder geval betreft (1), geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk (2) en de wettige belangen van de auteur niet onredelijk schaadt (3). In de Amsterdam-zaak oordeelde de rechtbank dat de TDM-exceptie in dit geval de driestappentoets niet schond, nu het gebruik door HowardsHome geen afbreuk deed aan de primaire markt van de uitgevers. Dat is een relevante nuance: de exceptie geldt, maar de grenzen ervan worden bewaakt door deze toets.

Is AI-output auteursrechtelijk beschermd, en maakt het inbreuk?

Voor auteursrechtelijke bescherming is een eigen intellectuele schepping (“EIS”) vereist: het werk moet de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen doordat hij daarin ‘vrije en creatieve keuzes’ tot uitdrukking heeft gebracht. Bij AI-output is dat problematisch, omdat de concrete creatieve uitwerking grotendeels door het systeem wordt bepaald. De mens geeft doorgaans slechts functionele instructies en het AI-model bepaalt het resultaat.

Deze lijn wordt ook in de jurisprudentie veelal gevolgd. Het Amtsgericht München oordeelde begin 2026 dat drie met AI gegenereerde logo's niet auteursrechtelijk beschermd waren, ook al had de gebruiker gedetailleerde prompts ingevoerd en meerdere iteratierondes doorlopen. De wezenlijke creatieve keuzes (zoals compositie en stijl) werden door het AI-model gemaakt, niet door de gebruiker. Het auteursrecht beschermt geen arbeid of tijd, maar uitsluitend creatieve keuzes. Het Oberlandesgericht Düsseldorf hanteerde dezelfde lijn in een zaak over een AI-bewerkte foto van een hond onder water: ook daar kwalificeerde de AI-afbeelding niet als werk, omdat de gebruiker niet had aangetoond welke creatieve keuzes hij had gemaakt.

Daarnaast kan AI-output zelf inbreuk maken op bestaande werken. Hier speelt het fenomeen van memorisation.2 Van memorisation is sprake als een AI-model fragmenten van zijn trainingsdata nagenoeg letterlijk reproduceert, omdat bepaalde werken zo diep in de modelparameters zijn verankerd dat ze bij bepaalde prompts letterlijk terugkomen. In sommige gevallen kan dit een (nagenoeg) letterlijke reproductie van een auteursrechtelijk beschermd werk zijn. De Rechtbank München oordeelde in november 2025 in de zaak GEMA tegen OpenAI dat songteksten die nagenoeg woord voor woord door ChatGPT werden gereproduceerd als reproductie in auteursrechtelijke zin kwalificeren. Dat het werk niet als tekstbestand is opgeslagen, maar als numerieke kansverdelingen in modelgewichten, maakte dit oordeel niet anders. Saillant detail is daarbij dat de AI-aanbieder aansprakelijk is en niet de eindgebruiker die de prompt invoerde.

Wat moet je melden op grond van de AI Act?

Wie generatieve AI inzet om content te maken, heeft niet alleen met het auteursrecht te maken maar ook met de transparantieverplichtingen uit de AI Act.3 Die gelden ongeacht of je rechthebbende bent op de output; ze richten zich tot eenieder die AI-content publiceert.

Artikel 50 lid 4 AI Act bevat twee zelfstandige verplichtingen voor de gebruiksverantwoordelijke (de partij die een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt). De eerste verplichting ziet op zogeheten deepfakes: wie beeld, audio of video genereert of manipuleert die ten onrechte voor echt zou kunnen worden aangezien, moet dat duidelijk en onderscheidend kenbaar maken. De definitie is ruimer dan het klassieke beeld van een deepfake waarbij iemands gezicht wordt misbruikt. Ook een AI-gegenereerde foto van bijvoorbeeld een opgedirkt product in een reclame valt eronder, zolang het maar denkbaar is dat deze ten onrechte voor waar wordt aangenomen. Dit type content moet voorzien worden van een zichtbaar label bij de content zelf. Het regime is milder voor ‘kennelijk niet-realistische content’, zoals een cartoon, een abstracte illustratie of een evidente persiflage. Voor die laatste categorie volstaat een niet-hinderlijke vermelding in credits of metadata.

De tweede verplichting ziet op AI-gegenereerde tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang. De trigger is hier niet de misleiding maar de publicatiecontext: een volledig AI-geschreven nieuwsbericht valt er zonder meer onder, ook zonder manipulatie van bestaande personen. Een uitzondering geldt wanneer de content daadwerkelijk menselijke redactionele toetsing heeft ondergaan en een aanwijsbare persoon of entiteit redactionele verantwoordelijkheid draagt.

Conclusie

Generatieve AI roept fundamentele auteursrechtelijke vragen op die het recht nog niet volledig heeft beantwoord. Deze vragen strekken zich uit over zowel de rechtmatigheid van AI-training als over de bescherming van AI-output en de aansprakelijkheid bij memorisation. Wie met generatieve AI werkt, doet er verstandig aan een aantal praktische stappen te zetten zonder op definitieve antwoorden te wachten.

Als een auteursrechthebbende zijn werk wil beschermen tegen gebruik daarvan als trainingsdata voor generatieve AI, is aan te raden om een brede robots.txt in te richten die verder gaat dan het uitsluiten van een paar bekende bots. Het is aan te raden om het voorbehoud ook vast te leggen in metadata.

Voor wie AI-output wil kunnen beschermen: documenteer het scheppingsproces. Bewaar prompts en iteratiestappen en leg vast welke creatieve keuzes jij hebt gemaakt en welke de AI. Zonder die documentatie sta je bij een geschil met lege handen.

Wie AI-content publiceert, het is van belang om per publicatie te beoordelen of sprake is van realistisch ogende gegenereerde content of van AI-tekst over aangelegenheden van algemeen belang. In dat geval geldt een labelplicht op grond van artikel 50 AI Act. Bij twijfel: liever labelen dan niet.

Vond je dit onderwerp interessant? Volgend jaar staat er een studiedag IE & AI op het programma. Meer informatie volgt. Houd onze IE-pagina in de gaten en schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Inschrijven nieuwsbrief


[1] Zie eerdere blogs over dit onderwerp: https://www.ictrecht.nl/blog/het-tdm-voorbehoud-voorwaarden-als-instrument-tegen-ai-training#3-4-zorg-dat-crawlers-het-ook-snappen-voeg-technische-opt-outs-toe.

[2] Zie eerdere blogs over dit onderwerp: https://www.ictrecht.nl/blog/ai-muziekgenerator-suno-schendt-auteursrecht-door-memorisatie en https://www.ictrecht.nl/blog/memorisation-en-auteursrechtinbreuk-wanneer-onthoudt-ai-te-veel. 

[3] Zie eerdere blogs over dit onderwerp: https://www.ictrecht.nl/blog/let-op-ai-act-transparantieverplichtingen-zijn-nu-%C3%A9cht-in-werking. 

Terug naar overzicht