Home / Nieuws & Blogs / Wegiz #3: interoperabiliteit

Wegiz #3: interoperabiliteit

| 1 maart 2021
Wegiz #3: interoperabiliteit

Doordat zorgaanbieders veelal zijn aangesloten op verschillende systemen, is niet altijd de juiste informatie voor de zorgverlening tijdig beschikbaar. Het Wetsvoorstel Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg (“Wegiz”) regelt dat specifieke gegevensuitwisselingen tussen zorgverleners verplicht elektronisch gaan verlopen.

In het derde deel van de blogreeks over de Wegiz (lees hier deel 1 en 2) ga ik in op één van de speerpunten van de conceptwet: het creëren van optimale interoperabiliteit tussen de verschillende gebruikte systemen. Door het veld zijn al stappen gezet naar het realiseren van gestandaardiseerde elektronische gegevensuitwisseling (denk aan standaarden zoals HL7). Desondanks zijn de problemen door het gebrek aan eenduidige taal, techniek en regie nog niet opgelost.

Standaardisatie

Met het wetsvoorstel worden zorgaanbieders stapsgewijs verplicht om erop toe te zien dat ze gegevens onderling tenminste elektronisch met elkaar uitwisselen. De bedoeling is dat dit uiteindelijk gestandaardiseerd plaatsvindt. Het idee is om per gegevensuitwisseling een standaard te formaliseren die (uiteindelijk) in een Algemene Maatregel van Bestuur (“AMvB”) wordt vastgelegd. Waar mogelijk, spoor 1, wordt het aan het veld overgelaten om de standaard vorm te geven in samenwerking met het Nederlandse normalisatie instituut (“NEN”). Indien of voor zover dat niet lukt, spoor 2, kan een standaard middels AMvB worden afgedwongen. Hiermee wordt interoperabiliteit geborgd. 

Vijf lagen van interoperabiliteit

Om optimale interoperabiliteit te creëren, moet er echter op meerdere niveaus maatregelen genomen worden. Het Nederlandse kenniscentrum voor landelijke toepassingen in de zorg Nictiz onderscheidt daarom vijf lagen van interoperabiliteit. De standaarden en normen zullen deze vijf lagen van interoperabiliteit moeten invullen. Uit het model blijkt dat er niet alleen maatregelen moeten worden getroffen op het niveau van techniek (infrastructuur en applicatie), maar ook op het niveau van informatieaspecten; in het zorgproces en op organisatieniveau.  

Voorbeelden van standaarden op het niveau van het zorgproces (tweede laag) zijn de Zorgstandaard COPD en Richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de Keten. Voorbeelden op het niveau van informatie (de derde laag) zijn terminologiestandaarden, classificaties en informatiestandaarden zoals SNOMED, ICF en Huisartswaarneming. Op applicatieniveau (vierde laag) kan gedacht worden aan HL7, FHIR en EDIFACT. Bij de laatste laag, welke betrekking heeft op de technische infrastructuur, kan men denken aan standaarden als LSP, IHE en XDS.

Uitwerking in AMvB’s

In de AMvB’s zal verwezen worden naar normen waarin de te gebruiken standaarden voor de gegevensuitwisseling worden gespecificeerd. Voor wat betreft de eisen aan taal en techniek zullen dit uitsluitend NEN-normen zijn (spoor 2). Daarbij is het de intentie dat de standaard op een bestendige wijze in de NEN-norm wordt opgenomen, zodat niet elke nieuwe versie van de standaard een nieuwe NEN-norm tot gevolg heeft. Hoe dit er concreet zal uit komen te zien, zal moeten blijken. Het is voor te stellen is dat er naar de vindplaats van een bepaalde standaard zal worden verwezen, in plaats van naar een specifieke versie. De minister verwacht dat de eerste AMvB in 2026 een wettelijke verplichting zal worden.

In de NEN-normen worden zowel de eisen opgenomen waaraan de zorgaanbieder moet voldoen, als de eisen waaraan het product of de dienst moet voldoen. Denk aan NEN 7510 (informatiebeveiliging), NEN 7512 (vertrouwensbasis voor gegevensuitwisseling) en NEN 7513 (logging). Voor zover deze normen dat nog niet zijn, zullen ze verplichte kost worden voor de zorgaanbieder en haar ICT-leverancier. De zorgaanbieder hoeft niet te voldoen aan de (technische) eisen die bij of krachtens AMvB zijn gesteld, wel is het aan haar om alleen gebruik te maken van gecertificeerde producten (als een certificaat verplicht is gesteld). De zorgaanbieder is overigens vrij in de keuze voor bepaalde producten en diensten, zolang deze maar zijn voorzien van een geldig certificaat.

Ontwikkeling van normen en certificatieschema’s

NEN ontwikkelt in opdracht van het ministerie van VWS en samen met het zorgveld een uitgebreid stelsel van normen en certificatieschema’s die het fundament zijn voor de elektronische gegevensuitwisseling. Eind 2019 is NEN gestart met de herziening van de norm met eisen voor digitaal receptenverkeer dat na actualisatie het medicatieproces ondersteunt (NEN 7503). Het receptenverkeer zal als eerste aan de beurt komen als verplichte gegevensuitwisseling onder de Wegiz. In de herziene versie van NEN 7503 zullen ook nieuwe eisen worden opgenomen om de interoperabiliteit beter te borgen.

Gevolgen voor ICT-leveranciers

ICT-leveranciers zullen extra werk moeten verzetten en kosten moeten maken om aan de eisen voor interoperabiliteit te kunnen voldoen. Denk aan de initiële investering om de diensten aan te passen en te certificeren, maar ook aan kosten voor periodieke hercertificering en controles. Omdat de NEN-normen enkel voor de Nederlandse markt gelden, wordt een negatief effect verwacht voor ICT-leveranciers die een internationale markt bedienen. Zij zullen maatwerkoplossingen moeten ontwikkelen voor de Nederlandse markt en zullen daarom mogelijk de keuze maken hun producten niet meer op de Nederlandse markt aan te bieden. Volgens de minister staat daar onder andere wel tegenover dat de standaardisatie de marktwerking en transparantie zal bevorderen. Het is de vraag of dit voor (alle) ICT-leveranciers voldoende is om de markt te (willen en kunnen) bedienen.